Het middelbaar beroepsonderwijs

Het middelbaar beroepsonderwijs In Nederland is verspreid over verschillende onderwijsvormen. Het Middelbaar Beroepsonderwijs, oftewel mbo, is er daar één van. De meestal mbo-opleidingen worden gegeven op Regionale Opleidingscentra, die ook wel ROC worden genoemd. Je kunt hierbij denken aan opleidingen in sociale beroepen, in de zorg, in de bouw of in de techniek. Deze opleidingen behoren tot het ministerie van Onderwijs. Ook is het mogelijk om zogenaamde groene opleidingen te volgen. Deze leiden op tot beroepen in de tuinbouw, bosbouw of dierhouderij. De opleiding wordt gevolgd op een Agragisch Opleidingscentrum (AOC) en behoort tot het domein van het ministerie van Economische Zaken.

Ook bestaan er vakinstellingen. Deze instellingen verzorgen mbo-opleidingen in één specifieke branche. Je kunt hier bijvoorbeeld denken aan grafische vormgeving, maar ook kappersopleidingen of schoonheidsinstituten.

Vier verschillende niveaus

In het mbo zijn vier verschillende niveaus te vinden. Het eerste niveau is de assistent beroepsbeoefenaar. Voor dit niveau geldt een drempelloze instroom. Bij het tweede niveau ben je een medewerker of basisberoepsbeoefenaar. Op dit niveau heb je minimaal een vmbo-diploma nodig om toegelaten te worden. Soms geldt er wel een drempelloze instroom. Dit is als er geen verwante niveau 1 opleiding bestaat en de leerling minstens 16 jaar oud is. Bij niveau 3 wordt lesgegeven op het niveau zelfstandig medewerker, zelfstandige beroepsbeoefenaar of vakopleiding. Voor het hoogste niveau, niveau 4, wordt lesgegeven tot middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Voor niveau 3 en 4 is minimaal een vmbo-diploma nodig of overgangsbewijs van havo/vwo 3 naar havo/vwo 4 vereist. Als je een volledig havo of vwo diploma hebt, kun je het traject sneller doorlopen. Ook geeft het niveau 4 toegang tot de hbo. 

Twee vormen van mbo-opleidingen

Er zijn twee vormen mbo-opleidingen. De eerste vorm is de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). De leerling heeft hierbij een dienstverband bij een bedrijf. Dit moet om minstens 24 uur per week gaan. Een dag in de week gaat de leerling naar school. Dit werd eerst een leerlingstelsel, vakschool of streekschool genoemd. De andere vorm is de beroepsopleidende leerweg (bol). Deze leerling heeft geen vast dienstverband, maar gaat vier of vijf dagen per week naar school. Een gedeelte van de opleiding bevat een stage. Een leerling die voor deze vorm kiest, krijgt minimaal 850 klokuren aan les of begeleiding. 

Geen centrale examens

In tegenstelling tot het voortgezet onderwijs, bevat het middelbaar beroepsonderwijs geen centrale examens. De inhoud van de opleidingen is wel centraal geregeld, maar hoe deze kennis wordt getoetst, is aan iedere onderwijsinstelling zelf om te bepalen. Zij kunnen hierbij zelf een examen creëren, of gebruik maken van examens van landelijke organisaties. De Onderwijsinspectie ziet erop toe dat er geen grote verschillen ontstaan tussen de verschillende onderwijsinstellingen. Alleen voor de vakken Nederlands en Rekenen zijn centrale examens ingevoerd. ROC Kop van Noord Holland biedt zowel bbl als bol-opleidingen aan.

Delen